home
denkwijze
huisvesting
voeding
problemen & ziekten

Denkwijze:


Bij het houden van Corallus h. hortulanus hou ik rekening met de wijze waarop de dieren in de vrije natuur voorkomen:
Verspreiding:
het verspreidingsgebied van Corallus h. hortulanus is groot en omvat een groot gedeelte van zuid Amerika inclusief het stroomgebied van de Amazone rivier. Consequentie van zo'n groot verspreidingsgebied is dat er de nodige klimatologische verschillen zijn ingegeven door onder andere de breedtegraad en de invloed van de oceaan welke aan de kust uiteraard groter is dan in het binnenland. Corallus h. hortulanus komt voor van 0 meter tot zo'n 1500 meter boven zeespiegel.  Met name de temperatuur zal op grotere hoogte 's nachts verder terugvallen dan op zeeniveau.
Als richtlijn hou ik een dagtemperatuur van 25 tot 30 graden  aan. 's Nachts zakt de temperatuur in de terraria terug tot 18 graden in de winter tot 23 graden in de zomer. 
Biotoop:
In zijn veldonderzoek trof Henderson (zie diversen - boeken) Corallus h. hortulanus aan in bomen en struiken op een hoogte van minder dan een meter tot meer dan 20 meter . De meeste dieren trof hij aan tussen de 1 en 5 meter. Hij trof ze aan in ongecultiveerde wouden maar ook in boomgaarden en dan met name in mangobomen. Henderson geeft een verklaring voor deze voorkeur: Fruitbomen trekken vogels en vleermuizen aan vanwege het fruit of vanwege de daarop af komende insecten. De bomen zijn vrij open van structuur en hebben grote bladeren. Dit stelt de slangen in staat om, onder voldoende dekking van de bladeren, aan de randen van de bomen te jagen op langsvliegende vogels of vleermuizen. 
Deze bevindingen heb ik verwerkt in de wijze waarop de terraria zijn ingericht: hoge schuilplaatsen met veel blad. Ook benader ik mijn dieren altijd van voren - onderen.
Zie voor de inrichting ook onder huisvesting 

mangobomen.
Luchtvochtigheid:
Hiernaast tref je in schema de regenval over het jaar aan in het Amazone bekken gebied. Een duidelijk drogere periode over onze zomermaanden. Ik sproei mijn dieren regelmatig met lauw water. Door de hoeveelheid kunstplanten blijft het vocht relatief lang in de bak hangen waardoor een hogere luchtvochtigheid ontstaat. De jonge dieren worden het eerste jaar relatief vochtig gehouden.